salie, thuja en
ander groen blad
|
|
De
witte Salie zoals die welig groeit in Noord-Amerika, met name in Californië
wordt veel gebruikt door Indianen en heeft legio toepassingen. Zo werd van de
zaden meel gemaakt, werden de bladeren gegeten als remedie tegen kou, of
werden zaden onder het ooglid gelegd om het oog te reinigen. Het is voor hun
een heilige plant. Als geur is het tien keer zo sterk als de
"gewone" Salie en ruikt zoutig. Gewone Salie kan overigens ook
prima gebruikt worden in een wierook, het is ten slotte een Noord-Europese
natuurlijke geurstof en daar zijn er niet zoveel van. |
|
Een
andere heilige plant van de Indianen is de Thuja (Arborvitae), familie van de
Cypressen. Doordat deze coniferen altijd groen zijn worden ze ook wel eens
levensboom genoemd. De geur is zoetig. Samen met Salie en Lavendel kun je een
wierookmengsel maken dat 'Smudge' wordt genoemd en dat gebruikt kan worden in
een ceremonie waarin je met rook de energie van een ruimte of van het
menselijk aura kunt reinigen. Veel groen blad is bruikbaar om in wierook te
verwerken, ofschoon de geur die het oplevert soms tegen kan vallen. Dit heeft
dan weer te maken met het feit dat stoffen bij verbranding anders ruiken dan
wanneer je ze onverbrand ruikt. In principe kun je zelfs een wierookstokje
uit puur groen bladpoeder en bindmiddel laten bestaan. |
|